Selecteer een pagina

Meditatie en het brein

Een pdf-versie van het artikel vind je hier.

Vanaf begin deze eeuw wordt er serieus onderzoek gedaan naar de effecten van meditatie op de hersenen. We weten al  langer dat de hersenen kunnen  groeien en veranderen, dat functies overgenomen kunnen worden nadat een deel van  het brein is uitgevallen door een hersenbeschadiging. Dit  wordt aangeduid met de term ‘neuroplasticiteit’. Het onderzoek van de hersenen van met name boeddhistische monniken laat zien dat ook hier neuroplasticiteit plaatsvindt. Sommige delen van de hersenen worden minder actief en daardoor kleiner, andere delen worden juist meer actief en  groeien daardoor.

Matthieu Ricard heeft een doctoraat in  de moleculaire biologie en is tevens een  boeddhistische monnik die ruim 50.000 uren  meditatie beoefend heeft. Begin deze eeuw  werden zijn hersenen uitgebreid onderzocht.  Daaruit bleek onder meer dat er verhoogde  activiteit was in de prefrontale cortex van de  linkerhersenhelft, dat deze groter was dan  gemiddeld op deze leeftijd en bovendien  meer verbindingen tussen de hersencellen  bevatte. Dit is het gebied dat geassocieerd  wordt met geluk en positieve gevoelens en  het onderdrukken van negativiteit. Vanaf de  leeftijd van 40 jaar neemt dit gebied in omvang  af, maar bij mensen die regelmatig mediteren  lijkt dit proces anders te verlopen. Ze lijken  hier 10 tot 15 jaar jonger te blijven dan hun  werkelijke leeftijd.[1]

Met name het boeddhisme kent een lange  traditie van training in verhoogde bewustzijnsstaten.  Monniken mediteren vaak  acht uur per dag en binnen deze traditie  gaan sommigen zelfs voor een periode  van drie jaar, drie maanden en drie dagen  in retraite. Het doel hiervan is van het aardse lijden verlost te  raken, niet alleen voor zichzelf, maar uiteindelijk voor de hele  mensheid.  Voor meer inzicht in zo’n verhoogde bewustzijnstoestand  nemen we een kijkje in de opbouw van onze hersenen. Een  model van onze hersenen dat sinds de jaren ’60 veel gebruikt  wordt, is dat van het drievoudig brein.[2] Het is een evolutionair  model, waarin de basis van het brein wordt gevormd door  de hersenstam, het reptielenbrein, vervolgens het limbisch  systeem, het zoogdierenbrein, en tenslotte de neocortex, het  primatenbrein. Deze structuur kun je je eenvoudig visueel  voorstellen door je linkerpols rechtop te houden als de her  senstam, vervolgens je linkerhand tot een vuist te ballen als  het limbisch systeem, en tenslotte je rechterhand uitgespreid  over je vuist te leggen als de neocortex.

Het reptielenbrein is evolutionair het oudste deel, verantwoordelijk  voor instinct-gedreven gedrag en autonome functies,  zoals eten of gegeten worden, voortplanting, territorium,  warm-koudsensaties, slaap-waakritme, ademen. Reptielen  zijn bij uitstek solitair levende dieren en hun overleving is  dan ook afhankelijk van deze functies. Het limbisch systeem  is later in de evolutie ontwikkeld dan het reptielenbrein, hoewel  het in rudimentaire vorm bij reptielen al aanwezig is. Dit  zoogdierenbrein, ook wel het emotionele brein genoemd,  zorgt in hoofdzaak voor hechting aan en samenwerking  binnen de groep. Zoogdieren zijn voor hun overleving niet  alleen meer afhankelijk van hun instincten, maar ook van de  bescherming en onderlinge zorg die de groep biedt. Binnen  de groep ontstaan daarmee ook hiërarchie en status, structuren  die de groep helpen te overleven. De laatste ontwikkeling  in de evolutie van de hersenen is dan de ontwikkeling van de  neocortex waardoor we in staat zijn tot het gebruik van taal  die het mogelijk maakt beter en nauwkeuriger met elkaar te  communiceren. Een kwaliteit die de neocortex met zich meebrengt,  is bekend geworden onder de naam ‘mentaliseren’.[3]  Kort gezegd is dat het vermogen te reflecteren op jezelf vanuit  een gezichtspunt buiten jezelf en op de ander vanuit het  gezichtspunt van de ander, in de schoenen van de ander te  kunnen gaan staan. De neocortex stelt ons ook in staat om  te creëren, een kwaliteit waardoor we onze eigen omgeving  kunnen scheppen waarmee onze overlevingskansen enorm  toegenomen zijn.

‘juist die gebieden in  de hersenen die meer  zelfgerichte informatie verwerken
lijken door meditatie in omvang af te nemen

In onze individuele ontwikkeling komen de hersenen ook  in deze volgorde online. Als we door onze babytijd, kind-zijn,  puberteit en jongvolwassenheid heen zijn, beschikken we normaal  gesproken over ‘volgroeide’ hersenen. Volgroeid tussen  aanhalingstekens, omdat we inmiddels weten dat hersenen  nog steeds kunnen ‘doorgroeien’, zowel in massa als in het  leggen van verbindingen. Dit laatste is één van de meest interessante  gegevens als het gaat om het ontwikkelen van een  hoger bewustzijn.  Een van de eerste zichtbare effecten van meditatie is dat we  een evenwichtiger persoon worden. Hoe kunnen we dit koppelen  aan de verschillende hersengebieden? Op elk van deze  drie gebieden kan namelijk iets gebeuren wat effect heeft  op onze manier van voelen, denken en handelen. De hersenstam  reguleert het autonome zenuwstelsel wat ook betekent  dat het ons het ene moment aanzet tot actie en het andere  moment tot rust. Vaak is dit evenwicht min of meer blijvend  verstoord zodat we hetzij te actief zijn en stress hebben, hetzij  te passief en weinig energie hebben. Meditatie kan dit evenwicht  beïnvloeden, vooral in de zin van stressreductie. Met  name vormen van meditatie waarbij de focus ligt op de ademhaling  kunnen dit teweegbrengen, waarbij hartslag en bloeddruk  vaak blijvend dalen.

In het tweede gebied, het limbisch systeem, zijn we vaak  emotioneel onevenwichtig, waarbij één of enkele emoties  steeds de overhand hebben. Meditatie kan ook hier een balancerend  effect hebben. Bij een meditatie die hier expliciet mee  werkt laat je twee tegenstrijdige emoties tegelijkertijd in jezelf  bestaan, zoals boosheid en mildheid. Op die manier oefen je  zachtmoedigheid, een belangrijke deugd binnen veel spirituele  tradities.

De neocortex tenslotte is in de meeste gevallen onrustig en  neigt zelfs onrustiger te worden als je gaat mediteren. Het is  nu eenmaal de taak van dit deel van het brein om overal iets  van te vinden, te interpreteren en verhalen te produceren van  alles wat je ziet en beleeft. Dit is dan ook niet gemakkelijk  tot rust te brengen. In meditatie kun je hierin oefenen door  iedere gedachte te registreren en vervolgens voorbij te laten  gaan. Daarmee roep je een getuige in, een deel van jezelf dat  getraind wordt om alleen maar te observeren en zich niet te  hechten aan allerlei willekeurige gedachten, zorgen en kritisch  commentaar. Hoe sterker dit ‘getuige-bewustzijn’ ontwikkeld  is, hoe minder druk het in je hoofd wordt.

Het hiervoor beschrevene zou je kunnen zien als het gebruik  van meditatie in aanvulling op psychotherapie, vormen van  mindfulness, omdat je er een evenwichtiger mens van wordt.  Maar inmiddels weten we dat door vaker en langer mediteren  de structuur van de hersenen zelf veranderingen kan ondergaan.  Dan blijven het geen incidentele ervaringen meer, maar  wordt het een andere staat van zijn. Verschillende onderzoeken  laten deze resultaten zien en ze zijn sterker naarmate  er meer uren op de teller staan.[1,4] Dit is ook het onderzoek  waar het in 1991 opgerichte Mind & Life Institute zich sterk op  gericht heeft.

‘inmiddels weten we dat door vaker en langer mediteren
de structuur van de hersenen zelf veranderingen kan ondergaan’  

Het is de huidige Dalai Lama die het boeddhisme in contact bracht met de westerse wetenschap, met name de neurowetenschap.  In 1987 vond de eerste ontmoeting plaats tussen  de Dalai Lama en Francesco Varela, filosoof en neurowetenschapper.  De gezamenlijke visie was om de onderzoeksmethoden  van de westerse wetenschap te combineren met de  contemplatieve en introspectieve methoden van het boeddhisme,  om op deze manier een meer humane wetenschap  te ontwikkelen. Het hieruit ontstane Mind & Life Institute  organiseerde sindsdien, naast andere activiteiten, ruim 30  discussiebijeenkomsten tussen de Dalai Lama, andere boeddhistische  leraren en westerse wetenschappers.[5,6] De standaardformule  daarbij is dat in de ochtend een wetenschapper  uit de westerse cultuur een inleiding houdt, waar dan in de  middag vanuit de boeddhistische visie op gereageerd wordt.  Veel van deze discussies zijn terug te vinden op de website  van het Mind & Life Institute en elders op internet. Uit het vele  onderzoek vanaf begin deze eeuw zijn onder andere herhaaldelijk  de volgende resultaten gevonden: Regelmatig mediteren  activeert die delen in de hersenen die het vermogen om  de aandacht te focussen versterken en leiden tot een betere  emotieregulering.[7] Daarnaast is uit enkele onderzoeken  gebleken dat de amygdala, het angstcentrum in het limbisch  brein, kleiner werd. En de rechter-hippocampus, onder andere  van belang voor het kortetermijngeheugen, nam bij regelmatig  mediteren in omvang toe.[8] Bij dementie is de hippocampus  vaak juist de eerste structuur waar schade ontstaat.Een andere verrassende ontdekking is dat juist die gebieden  in de hersenen die meer zelfgerichte informatie verwerken in  omvang lijken af te nemen. Het gaat hierbij om het defaultmode  network (DMN) in het brein, dat onder andere een rol  speelt bij dagdromen en introspectie. Bij geoefende mediterenden  bleken er zwakkere verbindingen te zijn tussen de  DMN-gebieden die betrokken zijn bij focus op het eigen ik.[8]  Alles wijst erop dat de mate waarin deze veranderingen  plaatsvinden te maken hebben met het aantal uren meditatie.  Bovendien lijkt een intensieve periode van meditatie een  sterker effect te hebben dan een regelmaat van een half uur  of een uur per dag. Hetzelfde proces als bij het leren bespelen  van een muziekinstrument gaat hier op: na 10.000 uren beoefening  ben je aardig virtuoos. En hoe intensiever je oefent,  hoe beter. Overigens is er ook bij dit laatste sprake van neuroplasticiteit,  aanwijsbare veranderingen in de structuur van  de hersenen.

‘het boeddhisme kent een lange traditie
van training in verhoogde bewustzijnsstaten’

In een overzichtsartikel uit 2020 wordt een interessante  hypothese opgeworpen wat betreft de evolutionaire ontwikkeling  van onze hersenen, teruggrijpend op het drievoudig  brein.[8] In aanvang werden we aangestuurd door onze instincten,  daarna door onze emoties, waarbij de instincten min of  meer beteugeld werden, vervolgens nam ons denken de leiding,  waarbij de emoties op hun beurt beteugeld werden. De  suggestie in het artikel is dat de verdere ontwikkeling van  het brein zou kunnen leiden tot een nieuw fysiek centrum of  fysieke centra in de hersenen met als functie transcendent  bewustzijn dat op zijn beurt het denken kan beteugelen. Het  verbazingwekkende is dan wel dat de mind dit zelf in gang  heeft gezet en daarbij tevens in staat is gebleken in te grijpen  in de structuur van de hersenen. En dit alles in lijn met het  ultieme streven van de boeddhistische leer, het lijden te overstijgen  en geluk te vinden.

Bronvermelding

  1. Goleman D en Davidson R. Meditatie, de blijvende effecten op lichaam,  geest en hersenen. 2019. Amsterdam: Atlas Contact.
  2. MacLean P. e.a. The Triune Brain in Evolution. 1990. New York:  Springer.
  3. Fonagy P, Gergely G. e.a. Affect Regulation, Mentalization, and the  Development of the Self. 2005. New York: Other Press.
  4. Laureys S. Het no-nonsense meditatieboek. 2019. Gent: Borgerhoff &  Lamberigts.
  5. Mind and Life Institute. Geraadpleegd op 7 november via www.  mindandlife.org
  6. Begley S. The Plastic Mind. 2007. Hachette UK: Little, brown book  group.
  7. Luders E, Clark K, Narr KL, Toga AW. Enhanced brain connectivity  in long-term meditation practitioners. Neuroimage. 2011 Aug  15;57(4):1308-16.
  8. Sanchetee P, Sanchetee P. Meditation and Brain: An Overview. In Jain  Philosophy: A Scientific Approach to Reality. Eds Samani Chaitanya  Prajna, Bhandari Narendra, Kachhar NL, BMIRC, JVBI, Ladnun. 2018:  Page 284-301. 

Gepubliceerd januari/februari 2022 | VAKBLAD NATUURLIJKE & INTEGRALE GEZONDHEIDSZORG – www.vnig.nl

0 reacties

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.